GTST | Rien wordt gearresteerd (1992)
Arrestatie op Schiphol: Het doek valt voor Rien Hogendoorn!
Het moest een onbezorgd snoepreisje worden, een vlucht naar de vrijheid, maar het eindigde in handboeien. In een van de meest memorabele scènes uit de vroege geschiedenis van Meerdijk zien we hoe Rien Hogendoorn, de man die dacht boven de wet te staan, eindelijk wordt ingehaald door zijn eigen misdaden.
Geen uitzwaaiers, maar rechercheurs
Rien Hogendoorn staat op het punt om te vertrekken. Hij is arrogant en zelfverzekerd, totdat hij merkt wie zijn “uitzwaaiers” werkelijk zijn. De politie valt binnen met een mededeling die inslaat als een bom: “Meneer Hogendoorn, u staat onder arrest.”

Wanneer Rien de beschuldiging afdoet als “flauwekul”, is de reactie van de officier ijzingwekkend: “Ik zou doodslag niet bepaald flauwekul willen noemen.” De man die altijd een vlotte babbel had, heeft plotseling niets meer te zeggen, behalve de standaardvluchtroute van elke crimineel: “Praat maar met mijn advocaat.”
Verraad uit onverwachte hoek
De schok voor Rien wordt nog groter als hij beseft dat de bewijslast tegen hem compleet is. “Ik heb ze alles verteld,” klinkt het op de achtergrond. De jarenlange manipulaties en duistere zaakjes van de familie Hogendoorn komen eindelijk aan het licht. De politie is onverbiddelijk: “Neem hem mee naar het bureau.”
Zelfs terwijl hij wordt weggevoerd, behoudt Rien zijn arrogante masker: “Jullie kunnen niks bewijzen!” Maar de kijker weet beter; de val is gezet en de deur van de cel staat al op een kier.
Medeplichtigheid en een bittere nasmaak
Niet alleen Rien moet mee. De politie arresteert ook zijn handlanger (mogelijk Valerie) wegens medeplichtigheid en het achterhouden van informatie. Hoewel zij een cruciale rol speelde bij het aangeven van de dader, herinnert de politie haar eraan dat gerechtigheid voor iedereen geldt.

De scène eindigt met de Meerdijkse nuchterheid die we zo goed kennen. Na de adrenaline van de arrestatie is het tijd voor de ontlading: “Nou, ik kan wel een borreltje gebruiken.” Een bittere grap volgt als herinnering aan de duistere praktijken van Rien: “Pas maar op dat er niks ingegooid wordt.”